WV Flacquee

Middelharnis

 

07-11-2013 Zomervakantie Noordje en Big Mich
 

Johan en Ineke Kruider hebben samen met Hans en Jean een mooie trip door de noordelijke wateren van ons land gemaakt. We kunnen op onderstaande foto's af en toe goed zien dat de nieuwe Noordje heel andere vaarwegen heeft ingeslagen dan de zeilende voorgangster. Wat ook opvalt is dat Johan een echte ondernemer is (geweest). Hij heeft zelfs een filiaal in Steenwijk en hij wil overal zijn kop insteken.

 

17-09-2013 Watersport in Midden-Europa
 

Tijdens een verblijf van drie weken in Midden-Europa bezocht ik de steden Praag, Wenen en Boedapest. Hoewel ik er niet op uit was de stand van de watersport aldaar te onderzoeken, zijn me toch een paar beelden bijgebleven. Hieronder een paar foto's.
Het woest rokende stoombootje voer op de Moldau bij Praag, de twee verstilde beelden van een jachtclub aan de Moldau komen eveneens uit Praag. In Wenen heb ik enige watersport gezien op de Alte-Donau, er is daar zelfs een metrostation met de naam Donau-Marina. Maar dat kromme bootje op het dak van een bedrijfspand bewijst dat sommige Oostenrijkers de watersport niet serieus nemen. In Hongarije ben ik niets bijzonders tegengekomen, daarvoor had ik wellicht naar het Balatonmeer moeten gaan.

Dick van Oortmerssen

 

15-09-2013 Nieuws van de Faja Lobi

Goedereede,  24 augustus 2013

Dag allemaal,

Zoals uit de dagtekening van dit bericht blijkt zijn wij en de Faja Lobi weer terug in Nederland.
Kort na ons vorige bericht uit Angra zijn we vertrokken richting het vasteland van Europa. Wij hebben een SUPER  snelle overtocht gehad.

(Let op het gebruik van het modewoord ‘super’, dat voor ons gevoel een van dé modewoorden van dit moment is. Zo hebben we laatste jaren steeds bij terugkomst in Nederland mogen ontdekken hoe snel taal wijzigt en hoe nieuwe modewoorden in zwang komen, van chillen  bv hadden we een paar jaar geleden ook nog nooit gehoord.)

Het traditioneel in deze tijd van het jaar aanwezige Azoren hoge druk gebied was niet aanwezig op de plaats waar het moest zijn, maar lag veel meer richting Europa waar het mooi zomerweer bracht in de afgelopen periode. Het gevolg voor ons was dat de Atlantische depressies ook op lagere breedte veel invloed hadden. Met als resultaat voor ons stevige tot harde wind die ons binnen negen dagen na een soms onstuimige tocht tot Roscoff op de noordkust van Bretagne bracht.

Onderweg de te verwachten dalende temperaturen. Niet meer bij het in de nacht wisselen van de wacht even een T-shirt aan, maar lagen thermo ondergoed en alleen naar buiten om af en toe te kijken of de zee nog leeg was om ons heen. Maar Europa kwam snel dichterbij.  Een enkele walvis, veel dolfijnen en vissende Jan van Genten om ons heen. Na 7 dagen kwam de shipping lane voor de westkust van Bretagne in zicht. Veel scheepvaart. Op een gegeven moment zagen we op de AIS ( een soort radar) meer dan tien kruisende vrachtschepen binnen 6 mijl afstand. Door het slechte zicht en de buien zagen we er buiten echter maar 2. Maar na een aantal uren waren we daar ook weer door heen en na een laatste nacht met steeds tegen de 30 knopen wind en met een snelheid met stroom mee van soms boven de 10 knopen konden we in de vroege morgen van dag 9 de nieuwe jachthaven van Roscoff binnen lopen.

En dan is de wereld ineens weer heel anders. Rustig beschut liggen in een ruime box.  Electra en stromend water bij de hand. Douchen zolang als je wilt. Niet meer steeds alert te hoeven zijn of het schip nog goed loopt, alles heel blijft, of er niet gereefd moet worden omdat er een bui aan komt en ga zo maar door. Kortom je bent blij dat je er bent, maar gek genoeg had je het ook niet willen missen( Michelle betwijfelt dit overigens). Het is een veel voorkomend gevoel bi j langere afstand zeilers : verlangen naar zo snel mogelijk aankomen. Ik probeer op de radionetjes onderweg degene die weinig wind hebben  nog wel eens te troosten met de opmerking dat hoe langer je er over doet hoe meer plezier je hebt van het geld dat je toch al aan de boot besteed hebt. Maar deze op zich logische gedachtegang wordt niet door een ieder gedeeld.

Na en paar dagen chillen, weer op orde komen, slaap inhalen en genieten van een goede maaltijd met de fameuze lokale oesters zijn we, havens aanlopend die we lang geleden ook gedurende vakanties aan deden, verder gevaren. Peters Port op Guernsey, Cherbourg en tenslotte Oostende.

Als afsluiting een prachtige zeildag met een stevige W/NW wind naar Stellendam. Deze keer zijn we maar een jaar weg geweest. Maar ook nu was het  na een tocht van ca 10000 zeemijlen  een speciaal moment om de vuurtoren van Ouddorp weer in zicht te krijgen en de Goereese  sluis van Stellendam binnen te varen.  Ons Atlantisch rondje zit er weer op.

We zijn al druk doende de Faja Lobi weer leeg te halen, schoon te maken, reparaties uit te voeren. Binnenkort gaan we door naar Makkum waar de boot de winter gaat doorbrengen en we hem kunnen voor bereiden op de plannen die we voor het komende jaar hebben. Geen oceaan oversteek meer, maar wel weer zuidwaarts.

Dus voor ons een verblijf de komende maanden in Nederland. We hopen velen van de lezers van dit reisbericht ook weer in persoon te kunnen treffen. Tot ziens.

Theo en Michelle            

 

23-07-2013 Nieuws van de Faja Lobi
 

Angra do Heroismo,  23 juli  2013

Beste allemaal,

Begin juni zijn we vertrokken van Bermuda voor de oversteek van de Atlantic naar de Azoren, een afstand van ongeveer 1900 mijl. Vergeleken met de oversteek die we 2 jaar geleden maakten vanaf St Maarten, is het een plezierige tocht geweest. In de eerste week hebben we al bijna duizend mijl afgelegd met daggemiddelden van soms meer dan 160 mijl. Onderweg weer walvissen en heel veel dolfijnen gezien. Later toen de wind af en toe weg viel ook Portugese oorlogsschepen, kwallen die zich zeilend op de wind verplaatsen.

Na een dag of twee kwamen we weer in het ritme van wachtlopen (in de nacht 3 uur op / drie uur af), de boot trimmen, wat lezen en genieten van de zee en soms prachtige zonsondergangen. Het leven wordt al snel tijdloos, geen nieuws uit de rest van de wereld. Weerberichten, weerkaartjes en gribfiles zijn de enige informatie van buiten die belangrijk is.

Dagelijkse afwisseling gaf ook nu weer het Nederlandse maritieme Atlantische radionet, waarin meer dan 10 Nederlandse schepen die aan dezelfde oversteek bezig waren, zich meldden en elkaar op de hoogte hielden van positie, afgelegde afstand en condities, zoals wind- en zee-omstandigheden.

Het weer in de tweede week werd bepaald door de eerste vroege hurricane van het seizoen. Ontstaan in de golf van Mexico en zich vervolgens richting NO verplaatsend, leverde dat op de Noord Atlantic een fors lage drukgebied op met bijbehorend front. Door zuidelijk te blijven van 35/36 graden noord hebben we storm die boven de 40 graden zwaar weer bracht kunnen vermijden. Slechts tijdens het passeren van het bijbehorende front gedurende een paar uur meer dan 30 knopen wind.

Na ruim 13 dagen kwam het eiland Fajal in zicht en konden we Horta binnen lopen. Twee dagen na onze aankomst was het over met de gunstige wind op het traject dat we hadden afgelegd. Op de oceaan ontstond een groot hoge druk gebied, met als gevolg weinig of geen wind. Kleinere of langzamere schepen die min of meer gelijk met ons van Bermuda vertrokken waren arriveerden pas 10 of meer dagen later.

Horta is een speciale plaats als tussenstop voor zeilers die de Atlantic oversteken. Ook konden we constateren dat in toenemende aantallen zeilers vanuit Europa in de zomermaanden een rondje maken naar de Azoren en weer terug.

Voor ons ook een weerzien met bekenden van 2 jaar geleden die op Fajal wonen. Groot toeval was het om Hylke (nu ook bezig met een retourtje Azoren) aan te treffen, de toenmalige eigenaar van de boot die wij twee in 1998 hadden terug gezeild vanaf de Azoren naar Nederland. Voor ons de eerste echte oceaan oversteek. Toen voor ons ook een test om te zien hoe dat zou bevallen. Het resultaat is bekend. Verder konden we constateren dat de muurschildering die we vorige keer, zoals alle passerende zeilers, hadden gemaakt op de muur van de haven van Horta nog in redelijke conditie was. We konden volstaan met wat bijwerken en het toevoegen van het jaartal 2013.

Het meest westelijk gelegen eiland van de Azoren is het eiland Flores. Zowel deze keer als de vorige keer waren we het gepasseerd zonder het aan te lopen. Belangrijkste reden een kleine marina, berucht om de swell die er binnen kan lopen met veel kans op schade aan de boot. Maar het eiland is ook beroemd voor zijn natuurschoon. Daarom hebben we per vliegtuig een paar dagen een bezoek gebracht. Zeer de moeite waard. Zeven bijzondere meren in oude vulkaankraters, allemaal met hun totaal eigen waterkleuren. Voor ons ook bijzonder, omdat toen we in 2006 door Indonesië voeren ook op het eiland Flores in Indonesië vergelijkbare beroemde kratermeren hadden bezocht. Ja, ja wie veel reist kan veel verhalen. Overigens ook de marina bekeken. Leek inderdaad meer op een wasmachine dan een gewone marina.

Na Horta zijn we overgestoken naar Velas op het eiland Sao Jorge. Twee jaar geleden hadden we daar de feestweek meegemaakt, inclusief de Azoren versie van stierenvechten. Zoals ik toen al meldde, een min of meer onschuldige versie. De stier aan een lang touw, min of meer onder controle gehouden door 4 of 5 man die aan het touw trekken/hangen. En jonge mannen die om hun mannelijkheid te bewijzen de stier benaderen en uitdagen. Gaat meestal goed. Op de horens van de stier zijn ronde doppen geplaatst die de ergste schade moeten voorkomen. Jaarlijks wordt er een video gemaakt van alle momenten dat dat niet helemaal goed gaat en de stier de kans krijgt er op los te rammen en te trappen. Spectaculair en verbazend dat er niet meer invalide jonge mannen rondlopen.

Ook nu waren we er tijdens de feestweek. Ook nu weer bull fighting op het haventerrein. Ook nu weer in het water springende jongmannen bij het naderen van de stier. Maar nu waren de mannen aan het touw even niet attent en gaven de stier teveel ruimte, met als gevolg een in het water springende stier. Was op gerekend, een reddingsboot lag klaar en bracht de stier met enige moeite weer veilig aan land.

Nu zijn we op het eiland Terceira in de marina van Angra. Verblijf op de Azoren blijft leuk. In de zomer een plezierig klimaat, vriendelijke mensen en een zeer plezierig prijs niveau. Een maaltijd voor 8 euro, een biertje voor 1 euro, vis in overvloed op de markt voor 2 euro en ga zo maar door. Vorige week familiebezoek ter gelegenheid van mijn verjaardag. Zeer genoeglijk.

Maar de datum van vertrek begint te naderen. We hebben besloten om de komende winter in Nederland te doorbrengen. Ook om weer onderhoud te doen aan de Faja Lobi. We kijken alweer naar de weerkaarten voor de oversteek richting het kanaal, een afstand van ca. 1200 mijl. Waarschijnlijk vertrek rond het komende weekend.

Wij houden jullie op de hoogte.

Theo en Michelle

 

23-05-2013 Verslag van Gruut door Jan de Lint

Dag mede-Gruuters en andere leden van WV Flacquee                                                                                   

Een kort verslag over onze ervaringen en beleving van de tocht. In de aanloop wat radiostilte doordat we ontbraken op  een verzendlijst. Helemaal weer goed gekomen maar net als bij UPC steekt soms dat duiveltje weer de kop op.

 

Op zondag 5 mei later in de middag al aan boord gekomen want we hebben Jan Campfens beloofd om er zelf voor te zorgen dat de boot tijdig wordt verlegd voor maandag 6 mei ‘s morgens 7 uur. Er ligt een snelle kruiser aan de kaai en die geeft aan dat hij gaat vertrekken. Wij gaan dus om het baggerschip, dat in de kom ligt te wachten, heen en maken vast voor de nacht. Een beetje dom zo zou de andere dag blijken.

‘s Maandags willen we nog een fijn tochtje vooraf doen en dan dinsdag naar de sluis in Willemstad. Maar nu ligt de baggerschuit midden in het vaarwater. Links en rechts komen de slibbakken. Verder is het erg laag water. U begrijpt het al: eerst zien we dat Peeman, die terugkomt al moeite heeft om tussen de schuit en het gastensteiger te passeren. Gaat erg langzaam. Wij denken dat het wat smal is. Nou dat is het ook, maar erger is dat er te weinig water staat.  We varen vast en met moeite kom ik achteruit weer vrij. Met 2.10 diepgang en een vleugelkiel lukt het niet ! Later, als de bak aan de kant van de langssteiger weg is en waar ook wat meer ruimte is tussen de steiger en de baggeraar proberen we het nog eens. Vast! Pas na enige tijd en met alle 80 paarden aan de bak, komen we kwispelend en tergend langzaam voorbij de baggerschuit en zoeken het midden van het kanaal op. Halverwege het kanaal komen we een baggerbak met duwer tegen, we moeten aan de kant en zitten weer gebeiteld. Achter ons komt een kruiser die mijn gebaren van aan de grond zitten niet begrijpt en kennelijk niet snapt waarom we drie meter van de kant liggen te wachten. Later die dag besluiten we die exercitie op dinsdag te vermijden en knopen vast aan de Marretje die op de oude plek van de Elisabeth het einde van het baggerseizoen afwacht. Maar zelfs daar raken we de andere ochtend nog even de keien bij het draaien. Wij zijn dus erg ingenomen met het baggeren en mogen hopen voortaan niet meer in het kanaal vast te lopen.

Dus op naar Willemstad , om 13:00 door de brug en naar de beroepssluis want de brug daar draait niet van 1600 tot 18:30 . Gaat vlot en we zijn voor 15:00 aan het steiger aan de zuidzijde van de jachtensluis. We zitten net aan de thee, als de Mr Gee binnenloopt. Samen thee gedronken en we willen net aan de borrel, als de sluis opengaat met de volgende batch deelnemers.  Later met zijn allen bij Ineke en Johan aan boord de ruimte in de Noordje bewonderd en de barfunctie getest.

Woensdagochtend op pad. De fanatieke zeilers vertrekken al als wij nog bezig zijn om de zeilpakken aan te trekken. De wind staat tegen en als we op de motor op de hoek aankomen waar het net bezeild is liggen we behoorlijk achter. De Jongleur maakt een tactische slag richting Dintelmond om hoogte te winnen en zoekt vlak water. De luchtloper voorop , dan de Mr Gee gevolgd door de Coromandel. Wij zetten de achtervolging in en ja de wind trekt nog wat aan. We winnen terrein en kunnen zelfs wat hoger.  Voor de doorgang rechts van het eilandje hebben we alleen de Luchtloper nog voor ons en slinkt de afstand. Maar tot de Krammer sluis weten ze toch vrij te blijven. Na de beroepssluis zien we bekende masten . Enkele proberen tegen de wind en beter weten in te zeilen maar alleen de Coromandel volhardt en de rest gaat over tot verbranding van fossiele resten.

In Wemeldinge proberen we de waterlijn van de Mr Gee onder water te duwen. Eerst in de kuip en een enkeling op het steiger maar later noopt de regen Philo tot het openstellen van Talings interieur en dan blijkt dat er niet alleen veel makke schapen in een kleine ruimte passen maar ook watersporters.

Donderdag vroeg op en weersverwachting niet bemoedigend. Na het schutten in Hansweert begint het op de Westerschelde toch wat te klappen. 1500 toeren is te weinig om de vaart erin te houden en ik moet tot 17 soms 18 gaan om de snelheid van de rest te halen. We hebben nog steeds wat stroom mee als we Terneuzen binnenlopen. En dan wordt het wachten . Wachten tot alle afgaande schepen in de sluis liggen. Er wordt geschut met een groot verschil, zeker nu het eb is. Als de zes vrachtschepen uit de sluis zijn mogen we vooraan en ik heb zo’n idee dat de sluiswachter dat expres deed om later te zien hoe die jachies aan de lijnen liggen te dansen als hij het water met geweld de sluis binnen laat stromen. Voor ons ligt de Mr Gee met de Coromandel als lifter, wij hebben de Luchtloper en Jongleur langszij. Margret weet nog snel wat foto's te maken van de perikelen.

De tocht naar Wondelgem verloopt zonder bijzonderheden . Wij zitten in de achterhoede en het is vermakelijk dat de schipper van de Bever ( een flinke lemmeraak)  regelmatig aanstalten  maakt om links of rechts iemand voorbij te varen. Eerst neemt hij een aanloopje en telkens zie je dan dat zijn vrouw hem daar dan toch weer van weerhoudt. In Wondelgem napraten en glas  heffen bij Noud en Margret op de Luchtloper. Weer is goed genoeg om buiten te zitten. ‘s Avonds met de bus naar het restaurant. Lekker gegeten. Terug met de taxi was echt apart. Waar wil u naar toe : naar de Koninklijke Jachtclub Gent ? Tja, straat ? tom tom ??  9 kilometer west van het kanaal naar naar Terneuzen! Toch aangekomen met z’n achten voor een prijsje maar dat maar iets hoger is dan dat van de bus.

Het bezoek aan Gent, de bierproeverij en inkopen voor het steigerbuffet zal wel door anderen worden toegelicht. Gent is mooi en  we vonden het leuk maar eigenlijk was het te kort. Antwerpen gaf meer mogelijkheden omdat we in de stad lagen.

Het buffet dreigde weg te waaien maar uiteindelijk was het weer ons goed gezind en zoals gewoonlijk wel weer te veel maar zeker niet te lekker. De klank aan het woordje “te” dat alleen  bij tevreden positief is mag ook best voor  “te” lekker gelden.  Het was gewoon erg lekker allemaal. Het comité zal uitgebreid verslag doen van de lekkernijen en recepten

‘s Anderendaags weer tijdig op en het vertrek is een half uur vervroegd wegens de sterke wind en buien die in de middag verwacht worden . We waren de laatste die losmaakten en moesten de achtervolging inzetten. Mr Gee draaide weer terug op zijn plaats voor nog wat daagjes in Gent. Het kanaal bracht wat we verwachtten. Uren motoren: goed voor de accu’s.

Eenmaal door de sluis van Terneuzen besloot Arno deze keer het zekere voor het onzekere te nemen om op kop te blijven en hij nam de leiding met behulp van Jongleurs hybride aandrijving. Een voorzeil en wat miljoen jaren oude zonne-energie. ( diesel  ja) Luchtloper kiest voor alleen grootzeil, Coromandel natuurlijk voor alles wat je kunt hijsen en wij alleen voor het voorzeil. We zijn aan elkaar gewaagd en wisselen van positie. De wind komt recht van achter. Uiteindelijk weet de Coromandel vrij te komen en Luchtloper en Serendipity varen lange tijd met elkaar op. Als de wind even iets afneemt komt Luchtloper aan de leiding. Nadat de vaargeul iets afbuigt naar het noorden en de wind weer toeneemt komen onze kansen. De Serendipity gaat wat hellen en geleidelijk lopen we luchtloper voorbij en slinkt de afstand tot de Coromandel.  Wij rollen het voorzeil op bij Hansweert en draaien net voor ze het kanaal in omdat ze tegen wind in moeten om de zeilen te strijken.

Sluis gaat goed maar dan komt die spoorbrug: drie kwartier in harde wind schuin van achter om elkaar heendraaien in een soort “Pas de Deux” met twintig andere jachten. Niet iedereen begrijpt elkaars manoeuvres en mogelijkheden. Toppunt is als een groep Oosterburen uit de volgende schutting zicht erbij voegt en het nodig vinden de hele meute vol gas te passeren om pas bij de brug tot de conclusie te komen dat we daar echt niet voor de lol liggen te wachten. “Hoe dom kan iemand zijn” Arno geeft aan dat dit kanaal hem inmiddels de keel uitkomt. Ik zou zeggen ,Arno, hou dat in gedachten bij het plan voor volgend jaar.

In Wemeldinge prima plaats aan de kopsteiger M. Ik moet wel achteruit naderen want het  kommetje is bij laagwater niet groot. Gezellig met de hele groep borrelen in de Serendipity want buiten is het onaangenaam. Het voorstel om gezamenlijk af te sluiten in het restaurant strandt : er is geen plaats meer. Na de borrel gaat iedereen wat eten en kwart voor acht Pudding Buffet op de Serendipity. Marianne heeft niet voor niets 2.5 liter pudding gekookt die bij het Steigerbuffet wegens de overvloedige hoeveelheid toetjes nauwelijks is aangeroerd. Nora heeft ook wat vruchtencoulis over, Margret komt met koffie en er kwamen ook nog koekjes. Ook de peertjes op Wodka gaan helemaal op Om met Dröge te spreken: het werd nog best gezellig.

Zondag : de groep gaat terug naar Middelharnis  Wij slapen uit. Het is  Moederdag, een harde en regen is de verwachting. Wij wilden naar Zierikzee maar zien daar maar vanaf. We blijven een dag in Wemeldinge . Wandeling gemaakt van 2 uur en ‘s avonds in het restaurant  sliptongetjes gegeten..

‘s Maandags blijkt het weer nog minder dan zondag. We besluiten naar Willemstad te gaan. Met rif en een zakdoek aan voorzeil scheuren we door het Brabantse vaarwater en halen ongekende snelheden. Maar één ander zeiljacht dat we tegenkomen. Een stormrondje en over bakboord verder. Dat kan tot je afbuigt naar Sint Annaland. Weer een stormrondje en als we naar de Krammer beroepssluis afbuigen, haal ik het grootzeil naar beneden. In de sluis maar enkele schepen en een jacht uit Nieuwpoort.  Marianne heeft het over drie kabouters maar of dat komt omdat de boot zo groot was of die mannetjes zo klein, weet ik niet.

Na de sluis beiden op alleen voorzeil verder, wij door het geultje, zij om de eilandje. We komen soms tot 8 knoop. Later bij de sluis sluiten ze weer aan met een deuk in hun ego en ze zijn zo van hun stuk dat als ze in de sluis achter ons afmeren de hoofdkabouter de voorlijn vast maakt met een harde wind wind van achter. Even paniek , los,  bijna dwars en dan de goede volgorde eerst achter en dan pas voor. Zij draaien naar het stadje; wij kiezen voor de steiger bij de jachtensluis. ‘s Avonds een telefoontje dat het niet goed gaat met een kennis/buurman. Dinsdag dus naar Middelharnis en ‘s woensdags naar huis.

Afsluitend: We hebben genoten van de trip, net zoals vorig jaar. We willen het comité dan ook graag bedanken voor het vele werk dat het met zich meebrengt en ook dank aan de andere deelnemers voor hun inzet en gastvrijheid aan het slagen van de trip. Wat zouden we graag zien bij een volgende keer: een bestemming die minder ambitieus is , wat meer mogelijkheden tot zeilen geeft en minder motoren. De Westerschelde met 2 maal bijbehorende kanaalpassage hoeft wat ons betreft niet meer.              

Jan en Marianne de Lint,
Meijel 23 mei 2013